Ziekenhuisbacterie op de terugweg

In 2008 bedroeg de MRSA-incidentie in de Brusselse ziekenhuizen 2,2 nieuwe gevallen per duizend opnames. In WalloniŽ lag dat op 2,9/1.000 en in Vlaanderen op 1,1/1.000. Veel minder dan vier jaar eerder. Tussen 1994 en 2008 lag de incidentie van nosocomiaal verworven MRSA's in acute ziekenhuizen het hoogste in 2003-2004. Met name dan in Brussel (6,1/1.000 opnames) en WalloniŽ (4,5/1.000). In Vlaanderen ging het toen over 2,5 gevallen per duizend. Dat meldt het vakblad de Specialisten.
Dat de mrsa-incidentie de jongste jaren sterk afnam, komt uit de meest recente statistieken van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Louis Pasteur (Wiv). Het Wiv stelt een gunstige evolutie vast en denkt dat de vooruitgang te danken is aan de strikte toepassing van aanbevelingen voor de controle van mrsa sinds 2003, de nationale campagnes ter promotie van handhygiŽne en de rationalisering van het antibioticagebruik.

Vrijwel alle ziekenhuizen die gegevens leverden (117 op 118) doen nu bij opname aan screening. Tegelijk noteert het Wiv-rapport dat de interpretatie wordt beÔnvloed door sterk verschillende screeningspraktijken. De screening betreft immers niet altijd alle opgenomen patiŽnten. Slechts 5,1% van de instellingen screent systematisch elke patiŽnt bij opname. In bijna een derde van de ziekenhuizen gebeurt screening enkel bij opname uit instellingen in epidemische situaties, twee instellingen op drie doen het uitsluitend bij opname in bepaalde afdelingen en negen ziekenhuizen op tien screende in functie van de herkomst van de patiŽnt (rusthuis, ander ziekenhuis...). Ten slotte hield 63% bij het screenen rekening met het individuele risiconiveau van de patiŽnt.

Ook screening tijdens het ziekenhuisverblijf is nagenoeg veralgemeend. Slechts drie van de 118 ziekenhuizen die aan het Wiv rapporteerden, doen dit niet. Bij de overige 115 ziekenhuizen gebeurt dit in twee op drie gevallen in een epidemische context. In 77,4% van de instellingen gebeurt screening routinematig in sommige afdelingen en in 60% op basis van het risiconiveau van de patiŽnt.

Het Wiv noteert nog dat in 2008 het aandeel van in het ziekenhuis verworven MRSA gemiddeld 39% bedroeg. Dit percentage daalt geleidelijk sinds 1994 maar stabiliseert vanaf 2005 rond 40%.

Gouden standaard nodig
In 'de Specialisten' stelt dokter Louis Ide, ziekenhuishygiŽnist in het Jan Palfijnziekenhuis in Gent, vast dat de publieke opinie in toenemende mate ziekenhuizen vergelijkt aan de hand van epidemiologische data. "Dat kan maar men mag dan geen appelen met peren vergelijken. Het is dan ook absoluut noodzakelijk dat eenvormige screeningscriteria worden vastgelegd," zegt hij. Niet alleen is het van belang te weten wie gescreend wordt en wanneer maar ook welke methode men gebruikt. Zoals al uit het Wiv-rapport blijkt kiest elk ziekenhuis vrij een eigen doelpubliek. Dokter Ide: "En sommige ziekenhuizen screenen enkel de neus, anderen zowel de neus als het perineum terwijl nog andere instellingen dan weer voor neus en keel opteren. Pas als iedereen op dezelfde wijze screent en registreert zou je een beetje kunnen beginnen vergelijken. En dan nog. Daarom is een kwaliteitslabel voor ziekenhuizen die een bepaalde norm halen te verkiezen."
15 sep 2010 12u51
zie ook rubriek