Een nieuw KB beschermt het beroep van ambulancier niet dringend patiŽntenvervoer

De ambulancier zorgt voor het niet dringend vervoer van patiŽnten van, naar of tussen zorginstellingen of zorgverstrekkers.
Verbetering voor de patiŽnt
Tijdens het niet dringend vervoer zorgt de begeleiding door de ambulancier ervoor dat de patiŽnt zich meer op zijn gemak en veiliger voelt. De beroepsbeoefenaar is immers opgeleid om de patiŽnt te heffen, tillen en correct te positioneren. Hij zorgt voor de hulpmiddelen die eventueel met de patiŽnt meegaan (kruk, rolstoel, trolley voor zuurstoffles, rollator met of zonder zitje). Hij kan de patiŽnt immobiliseren om zijn veiligheid tijdens het vervoer te waarborgen. Hij gaat na of de toestand van de patiŽnt stabiel blijft. als de toestand van de patiŽnt achteruitgaat of de patiŽnt dringende verzorging nodig heeft, verwittigt hij de 112-centrale en dient hij in afwachting de patiŽnt de eerste hulp toe.

Dringend vervoer versus niet dringend vervoer
De ambulancier niet dringend patiŽntenvervoer vervoert patiŽnten van wie de toestand stabiel is bij aanvang van het transport en houdt toezicht op hun toestand tijdens dit vervoer. Omdat er geen beroep wordt gedaan op een van de 112-noodcentrales staat het de patiŽnt vrij het ziekenhuis van bestemming of de zorgverstrekker te kiezen. als zijn gezondheidstoestand dit evenwel vereist of omwille van technische redenen kan het nodig zijn de patiŽnt naar een specifiek ziekenhuis te brengen.

De patiŽnt die dringende zorg krijgt in het kader van de dringende geneeskundige hulpverlening wordt in het voertuig omringd door de hulpverlener-ambulancier, de verpleegkundige of zelfs de arts. In dit geval heeft de patiŽnt geen keuze en wordt hij naar het dichtstbijzijnde en voldoende uitgerust ziekenhuis gebracht.

Opleiding
Om dit beroep te mogen uitoefenen, moet de ambulancier niet dringend ziekenvervoer een opleiding van minstens 160 uren gevolgd hebben. Hij onderhoudt en werkt zijn kennis bij via het volgen van een bijscholing van ten minste 8 uren per jaar. Deze opleiding wordt bij koninklijk besluit geregeld. Vanaf 2020 kunnen de beoefenaars een erkenning en een visum aanvragen.

Overgangsbepalingen
Het koninklijk besluit bepaalt de kwalificatievereisten, evenals de overgangsmaatregelen. Het beschrijft de procedure die voor de verschillende doelgroepen moet worden gevolgd:
  • de personen die reeds beschikken over een diploma,
  • de personen die met de opleiding gestart zijn,
  • de personen met een arbeidsovereenkomst,
  • de personen met minstens ťťn jaar ervaring.
Interessante links:
25 jun 2019 11u49
meer over
zie ook rubriek