Het NICC-rapport:nieuwe antwoorden op jeugddelinquentie

Het Nationaal Instituut voor Criminologie en Criminalistiek (NICC) maakt de resultaten bekend van een onderzoek naar de beslissingen van jeugdrechters en jeugdrechtbanken over minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd. Jongerenwelzijn n van de opdrachtgevers voor het onderzoek wil in samenspraak met de magistratuur komen tot nieuwe antwoorden op jeugddelinquentie, zoals het herstelgericht aanbod en contextgericht, flexibel samenwerken op het terrein. Ook de evolutie naar integrale jeugdhulp moet de samenwerking tussen sectoren en magistratuur versterken.
Het NICC-onderzoek bracht de gerechtelijke maatregelen in kaart over jongeren die verdacht zijn van een als misdrijf omschreven feit. Uit het onderzoek blijkt dat de betrokken jongeren vooral jongens zijn (88%) en tussen 15 en 17 jaar (80%). Slechts in kleine mate (3%) gaat het over jongeren van 12 jaar of jonger. Deze cijfers bevestigen eerder onderzoek en tonen aan dat jongeren niet op steeds jongere leeftijd delicten plegen. De geregistreerde feiten zijn misdrijven tegen goederen (54%), misdrijven tegen personen (19%), verdovende middelen (13%), misdrijven tegen de openbare veiligheid (10%) en andere. Bij ongeveer een derde is sprake van twee of meerdere feiten.

Uit het onderzoek blijkt dat de jeugdrechter meestal de maatregel kan opleggen die hij wenst. Indien dat toch niet het geval is, is dat te wijten aan een gebrek aan medewerking van de minderjarige of zijn ouders, of door het niet beschikbaar zijn van het geschikte aanbod. Op basis van deze resultaten kiest Jongerenwelzijn ervoor om de capaciteit van zijn private en publieke aanbod (de gemeenschapsinstellingen) verder te versterken en gericht in te zetten.

Jongerenwelzijn ziet vier actielijnen als antwoord op de aandachtspunten uit het onderzoek:

Samenwerken rond de vraag van de jongere en de context.
Voorbeeld: de samenwerking tussen voorzieningen binnen de bijzondere jeugdzorg en de gehandicaptenzorg: binnenkort start een experiment rond intersectorale flexibele trajecten.


Het herstelgerichte aanbod.
Een cultuuromslag en andere positionering in de wetgeving zijn nodig om de herstelrechtelijke benadering ook voor jongeren die voor de jeugdrechter verschijnen prioritair te maken.


Gerichte diagnostiek en samenwerking binnen een integrale aanpak.
De evolutie naar een integrale jeugdhulp kadert in de beweging naar meer gerichte diagnostiek en samenwerking. Dat geldt ook voor de uitwerking van een module korte orintatie in de gemeenschapsinstellingen.


Creativiteit en innovatie.
Voorbeelden:
o De proeftuinen voor delinquente jongens en meisjes combineren residentile opvang met intensieve contextbegeleiding.
o De gemeenschapsinstellingen zetten sterk in op de modulering van het aanbod en een contextgerichte benadering.
o Projecten om de uitstroom uit de gemeenschapsinstellingen te versnellen bv. YAR (Youth at Risk) Vlaanderen en NPT (Nieuwe Perspectieven bij Terugkeer) leggen positieve resultaten voor.

Het onderzoek benadrukt de noodzaak van structureel overleg met de jeugdparketten en de jeugdrechters om tot een gezamenlijk en transparant beleid te komen. Zo wijst het rapport op grote regionale verschillen in aanpak en aanbod. Dat overleg moet leiden tot goede praktijken om deze verder uit te breiden. Ook de Staten-Generaal voor Jeugdhulp kwam eerder tot deze aanbeveling.

De signalen van de jeugdrechters inzake een overbelasting van het systeem zowel door een tekort aan het juiste, gewenste aanbod als door gebreken in de organisatie van de hulpverlening (gebrek aan diagnostische middelen, overspecialisatie van bepaalde diensten ...) moeten gekoppeld worden aan de recente ontwikkelingen binnen een vernieuwde jeugdhulp. Jongeren worden nog te vaak naar de gesloten jeugdinstellingen verwezen. Ook de onderzoekers wijzen op het feit dat jongeren niet altijd terechtkomen op de meest geschikte plaats.

Voor jongeren in een problematische leefsituatie met een complexe problematiek moet nauw overleg zorgen voor de meest geschikte oplossing voor de betrokken jongere en zijn context, en voor een optimale benutting van de bestaande capaciteit.

Jongerenwelzijn neemt de bevindingen uit het onderzoek mee in de verdere uittekening van zijn beleid, onder meer in de opmaak van het groenboek staatshervorming, bij de verdere uitvoering van de aanbevelingen uit de Staten-Generaal voor de Jeugdhulp en bij de ontwikkelingen binnen de Integrale Jeugdhulp.

23 jan 2013 14u58
meer over
zie ook rubriek