Tuut van tinnitus is te stillen

Storende, permanente oorsuizingen zijn toch niet onbehandelbaar. Maar dan moeten alle therapeuten wel goed samenwerken.

Bijna een op de vijf jongeren hoort constant een pieptoon, bleek deze week nog uit een studie van de universiteit van Antwerpen onder vierduizend jongeren.


Een echte therapie om weer van dat hinderlijke permanente gefluit of gezoem af te komen is er niet. Eenmaal tinnitus opgelopen, bijvoorbeeld door blootstelling aan te luide muziek, blijven de meeste mensen levenslang last houden. Behalve voor speciale gevallen is er nog geen goede therapie en de meeste mensen met tinnitus krijgen te horen dat ze zullen moeten leren leven met de fluittoon of een beroep doen op trucjes, zoals de pieptoon overstemmen met muziek.


Dat is toch een beetje een zwaktebod, vonden onderzoekers uit Maastricht, Leuven, Bristol en Cambridge. Onder leiding van Johan Vlaeyen, hoogleraar aan de KU Leuven en Universiteit Maastricht, zochten ze uit of er dan écht geen manier is om het leven van mensen met oorsuizingen draaglijk te maken.


En die is er wel degelijk, melden ze vandaag in het gereputeerde artsenblad The Lancet. Door cognitieve gedragstherapie aan de gebruikelijke behandeling toe te voegen, gaan tinnituspatiënten beduidend beter functioneren.


'Het is een getrapte behandeling', legt Lucien Anteunis uit, 'we volgen een standaardprotocol met diverse beslismomenten'. Anteunis is audioloog bij de Universiteit Maastricht en verbonden aan het Zorgcentrum Adelante audiologie & Communicatie, waar 492 volwassen tinnituspatiënten bij wijze van proef een jaar lang de nieuwe behandeling kregen. Zij kregen te maken met een multidisciplinair team van audiologen, psychologen, logopedisten, kinesisten en sociaal werkers.


'We keken allereerst of er een medische oorzaak voor het oorsuizen was te vinden, zoals bijvoorbeeld een tumor', zegt Anteunis. Was die er niet, dan gingen we het gehoor van mensen testen, want slechthorendheid is vaak een oorzaak van tinnitus. Pas je mensen dan een gehoorapparaat aan, waardoor ze weer beter gaan horen, dan verdwijnt de tinnitus vaak naar de achtergrond.'


Een volgende stap in het behandelparcours van hardnekkige tinnitus was cognitieve gedragstherapie, die psychologische elementen en elementen uit de audiologie combineert. 'Dan leren we mensen om niet op hun oorsuizingen gefixeerd te zijn. Dat is zoals met een polshorloge: pas als je erop gaat letten, voel je het zitten.'


De gedragstherapie wordt aangevuld met een zogeheten retraining therapy, een soort 'heropvoeding van de hersenen', waarbij mensen luisteren naar muziek waaruit bijvoorbeeld de frequenties rond de toonhoogte van de voor hen hinderlijke toon zijn weggefilterd.


Therapeutisch nihilisme


Dat de trapsgewijze tinnitus-zorg werkt, bleek uit een vergelijking met vijfhonderd patiënten die de gebruikelijker, versnipperde zorg kregen. 'Ook zij kregen specialisten uit de verschillende disciplines te zien', zegt Anteunis, 'maar dan zonder dat die specialisten met elkaar overlegden en zonder dat er een systeem of een logica achter hun opeenvolging zat.'


Vergeleken bij patiënten uit deze controlegroep verbeterde bij patiënten uit de experimentele groep de gezondheid, namen de klachten af en werden de belemmeringen in het dagelijks leven minder. Opzienbarend, vond ook de redactie van The Lancet, dat een commentaar aan de publicatie wijdde onder de titel 'Tinnitus: een eind aan het therapeutisch nihilisme'.


Volgens Paul Van De Heyning, diensthoofd neus-keel-oorziekten aan het universitair ziekenhuis Antwerpen en niet bij het onderzoek betrokken, gaat het om 'een methodologisch perfect uitgevoerde studie die bevestigt wat de meeste mensen in het veld al ongeveer vermoedden. Maar nu is daarvan dus ook het bewijs geleverd'.


In The Lancet pleiten de onderzoekers voor wijdverspreide invoering van het nieuwe behandelprotocol. Maar het duurt nog wel even voor de patiënt een verschil zal merken, verwacht Lucien Anteunis. 'Eerst moeten er tariefafspraken komen, want met de gespecialiseerde behandeling ben je duurder uit. Maar ze helpt wel beter.'


Om te achterhalen of de therapie ook duurzaam beter is, gaan de onderzoekers bekijken hoe lang het effect van de multidisciplinaire behandeling aanhoudt. 'De resultaten na een jaar zijn alvast goed', zegt Anteunis. 'Nu beginnen we aan de follow-up op drie en op vijf jaar.'


Bron: De Standaard, 25 mei 2012.

25 mei 2012 09u18
Bron: MagUZA.be
meer over
zie ook rubriek