Oproep voor nabestaanden van suicide in Vlaanderen, voor deelname aan een onderzoeksproject

Per dag vinden er in BelgiŰ ongeveer 7 su´cides plaats. Met deze cijfers staat BelgiŰ, zowel voor mannen als voor vrouwen, hoog genoteerd op de wereldranglijst voor su´cidecijfers, op een respectievelijke 9de en 14de plaats. In lijn met deze cijfers kent ook Vlaanderen duizelingwekkende cijfers. Jaarlijks sterven er in de Vlaamse provincies iets meer dan 1100 mensen tengevolge van zelfdoding, dat zijn ongeveer 3 su´cides per dag. Deze cijfers liggen hoog in vergelijking met andere Europese landen.
Per zelfdoding blijven er ongeveer 6 Ó 10 personen achter als nabestaande. Een simpele rekensom leert ons dat er, in Vlaanderen alleen, elk jaar ongeveer 6.600 tot 11.000 nabestaanden na zelfdoding bijkomen. Zelfdoding is dus een belangrijk volksgezondheidsprobleem dat een significante proportie van de Vlaamse bevolking op een persoonlijke en dramatische manier be´nvloedt.

De regering beseft ten volle dat er initiatieven noodzakelijk zijn om deze cijfers naar beneden te halen. Op 19 juli jongstleden, werd de gezondheidsdoelstelling in verband met depressie en zelfdoding en het bijhorend actieplan goedgekeurd door de Vlaamse regering. Tegen 2010 zou de sterfte door zelfdoding bij mannen en vrouwen moeten verminderd zijn met 8% ten opzichte van 2000. Nabestaanden in het algemeen en nabestaanden na zelfdoding in het bijzonder werden expliciet opgenomen in dit actieplan. Immers, wetenschappelijk onderzoek heeft reeds aangetoond dat confrontatie met een plotsoverlijden het risico op het ontstaan van lichamelijke en emotionele complicaties, zoals bijvoorbeeld depressie, angst, moeilijkheden in de rouwverwerking en gedachten aan zelfdoding, aanzienlijk verhoogt. De opvang van en hulpverlening aan nabestaanden vormen daarmee een belangrijk aspect in de preventie van zelfdoding, depressie en andere psychosociale complicaties. Daarenboven voelt de meerderheid van Vlaamse hulpverleners zich niet voldoende geschoold om aan de slag te gaan rond zelfdoding en rouw na zelfdoding

Enkele maanden geleden startte de Eenheid voor Zelfmoordonderzoek, met de steun van Ga voor Geluk vzw (www.gavoorgeluk.be) en de medewerking van Werkgroep Verder, een nieuw onderzoeksproject op waarin nabestaanden na zelfdoding een centrale plaats in toebedeeld kregen. Het doel van dit nieuwe project is de effectiviteit nagaan van een cognitief gedragstherapeutische interventie bij deze nabestaanden. Cognitief gedragstherapeutische technieken bewezen reeds hun nut bij onder andere depressie, angst en eetstoornissen.

De voorbije jaren werden reeds verschillende rouwmythes ontsluierd, zoals dat iedereen verschillende stadia in een welbepaalde volgorde zou moeten doorlopen om het verlies adequaat te verwerken.Tegenwoordig beschouwd men rouw als een normale en universele, doch unieke reactie op een verlies. De meeste rouwenden hebben geen behoefte aan een therapeutische behandeling. Maar, ongeveer 1 op 10 nabestaanden loopt vast in zijn of haar rouwproces en ontwikkelt gecompliceerde rouwreactie. Met de interventie hoopt men deze gecompliceerde rouwreacties te voorkomen door ondersteuning te bieden tijdens het aanpassingsproces na het verlies.

Nabestaanden die interesse hebben om deel te nemen aan dit project, kunnen voor meer informatie (vrijblijvend) terecht op de website www.eenheidvoorzelfmoordonderzoek.be of telefonisch op de nummers 09 332 43 73 en 09 332 87 95 (Sara Van Autreve of Ciska Wittouck)
12 mrt 2008 09u48
zie ook rubriek