UGent-wetenschapper bestudeert gevolgen dioxinecrisis op mannelijke vruchtbaarheid

De Belgische dioxinecrisis van 1999 heeft mogelijk effecten gehad op de hormoonhuishouding en zaadkwaliteit van de mannelijke bevolking in ons land. Dat blijkt uit een onderzoek van Willem Dhooge van de vakgroep Inwendige Ziekten van de Universiteit Gent. Verder blijkt uit de doctoraatsstudie dat de consumptie van lokaal geteelde producten negatieve gevolgen kan hebben voor de mannelijke vruchtbaarheid.
In zijn studie onderzocht Willem Dhooge in 1999 de spermakwaliteit van 101 mannen uit Antwerpen en Peer. De resultaten tonen opmerkelijke verschillen in globale zaadkwaliteit tussen beide regioís, een verschil dat gerelateerd kan worden tot een verschillende inname van lokaal geteelde producten, die in Peer hoger lag dan in Antwerpen.

Tevens werd het verband onderzocht tussen de spermakwaliteit en de dioxinecrisis, die op het moment van het onderzoek (voorjaar 1999) in volle gang was. Hier tonen de resultaten een opmerkelijk verband. De reeds gekende negatieve effecten van PCBís en dioxines werden hierdoor nogmaals aangetoond.

Landelijk versus stedelijk
De UGent ondernam in 1999 een door de Vlaamse regering ondersteunde bevolkingsstudie met als doel mogelijke variaties in spermakwaliteit en hormoonwaarden op te sporen in twee regio's in Vlaanderen. Wereldwijd was dit pas het tweede onderzoek dat dergelijke verschillen in mannelijke vruchtbaarheidsparameters tussen een stedelijk en landelijk gebied natrok. Deze studie was een onderdeel van een grootschalig milieu en Gezondheidsonderzoek uitgevoerd door een consortium van wetenschappers uit de Universiteiten Gent, Leuven en Antwerpen, aangevuld met expertise van het Provinciaal Instituut voor hygiŽne en het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO).

De keuze van de regioís voor het onderzoek was gebaseerd op een vermoedelijk verschil in milieuvervuiling, en dit op basis van de gekende aanwezigheid of afwezigheid van vervuilende industrieŽn en de beschikbare data rond pesticiden, zware metalen en dioxines in bodem lucht of water die jaarlijks uitvoerig worden nagegaan door de verschillende instellingen in Vlaanderen zoals de Vlaamse Milieumaatschappij. Zo werden voor de studie 101 mannen gerecruteerd tussen de 20 en 40 jaar uit het landelijke Peer en de industriŽle metropool Antwerpen, met zijn verbrandingsovens, de petrochemie en de metaalverwerkende nijverheid.

Uit de resultaten van het onderzoek bleek dat de deelnemers in Peer een lagere concentratie zaadcellen hadden (34% lager), een lager totaal aantal spermatozoa per zaadlozing (41%) en een lager percentage spermatozoa met een goede morfologie (32%). Hiermee in overeenstemming waren de gehaltes aan testosteron en het follikel stimulerend hormoon die ook aanzienlijk lager lagen in dit gebied.

Toen op zoek werd gegaan naar de oorzaken van deze opmerkelijke verschillen, kwamen de onderzoekers vrij verrassend uit op een inname van lokaal geteelde producten, die veel frequenter was in Peer dan in Antwerpen. De deelnemers die lokaal geproduceerde groenten consumeerden hadden lagere serumwaarden van het vrije testosteron. Verder waren er duidelijke negatieve verbanden tussen de maandelijkse inname van lokaal geproduceerde groenten en het vrije testosteron, de spermaconcentratie, en de spermamorfologie.

Dioxine
In een tweede deel van het onderzoek werd de invloed van de PCB- en dioxinecrisis nagegaan, die tijdens het onderzoek (voorjaar 1999) in volle gang was in ons land. Bij deze crisis bleek dat de giftige stof dioxine in de voedselketen was geraakt.

De resultaten van het onderzoek legden een verband bloot tussen de leeftijd en de frequentie van inname van vis en eieren door de deelnemers en de dioxines die gemeten werden in het serum. Verder bleek dat zelfs gematigde concentraties van dioxines kunnen leiden tot een lager mannelijk hormoongehalte en daaruit voortvloeiend een lager spermavolume. Er werden evenwel geen indicaties gevonden dat de dioxines een negatief gevolg zouden hebben gehad op de zaadcelontwikkeling zelf. Deze resultaten suggereren wel dat de dioxinecrisis die in 1999 plaatsvond een belngrijke impact heeft gehad op de dioxinebelasting van de algemene Vlaamse bevolking.
25 jun 2008 09u41