De maximumfactuur werkt, maar kan beter

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzocht samen met Universiteit Antwerpen, K.U.Leuven en het Intermutualistisch Agentschap het effect van de maximumfactuur (MAF) en een eventuele uitbreiding ervan. Dankzij de MAF wordt een groot aantal gezinnen uit de armoede gehouden. Toch besteedt nog 1 op 10 van de gezinnen meer dan 5% van zijn inkomen aan remgelden en supplementen, en dit vaak voor langere tijd. Psychiatrische patiŽnten zijn de grootste risicogroep.
De MAF moet armen en zieken beschermen tegen een te hoge financiŽle last ten gevolge van ziekte. De remgelden die een gezin jaarlijks betaalt, worden opgeteld en mogen een bepaald plafond niet overschrijden. supplementen worden hiervoor niet meegerekend. Het plafond is afhankelijk van het netto belastbaar gezinsinkomen en varieert tussen 450 en 1800 euro per jaar. Eenmaal het plafond is bereikt worden de bijkomende remgelden terugbetaald.

De MAF werd ingevoerd in 2002 en is sindsdien geleidelijk uitgebreid. Meer dan 1 miljoen mensen maken er gebruik van en het jaarbudget bedroeg in 2006 252 miljoen euro (bijna 1,5 % van het totale budget van de ziekteverzekering). Het aantal gezinnen dat jaarlijks meer dan 5% van de gezinsinkomsten aan remgelden besteedt is sinds 2004 met 40 % afgenomen maar bedraagt toch nog ruim 3%. als we ook rekening houden met de supplementen loopt dit percentage op tot 10%. En soms heeft een gezin langere tijd hoge gezondheidszorguitgaven: 3 op de 100 gezinnen betaalt gedurende minstens 2 jaar meer dan 500 euro per jaar uit eigen portemonnee. Dit wijst erop dat de sociale bescherming nog belangrijke beperkingen kent. Voor de laagste inkomens kan de invoering van een bijkomend plafond van bv. 250 euro een optie zijn. Er is echter nood aan meer informatie over het gedrag van deze gezinnen. Het is ook onduidelijk hoeveel mensen een aanvullende ziekteverzekering hebben. Zonder die gegevens is het moeilijk een correct beeld te hebben van de eigen betalingen als gevolg van supplementen.

Echt selectief is de MAF niet. Voor de meeste gezinnen vertegenwoordigen de remgeldplafonds ongeveer hetzelfde percentage van het inkomen. Er zijn beperkte aanwijzingen dat de medische consumptie hoger ligt als patiŽnten verwachten dat ze hun MAF plafond zullen overschrijden.

De psychiatrische patiŽnten vormen een specifieke probleemgroep. De remgelden die zij betalen voor een verblijf in een verzorgingstehuis of bij een opname van meer dan 1 jaar in een psychiatrisch ziekenhuis zijn niet in de MAF opgenomen. Die zijn, samen met de supplementen, uitzonderlijk hoog. Deze patiŽnten lopen dus een groot risico om extreme betalers te worden. Anderzijds zou de opname van hun remgelden de kost van de MAF met 13% laten stijgen.

In 2008 zal de MAF verder worden uitgebreid. In het KCE rapport wordt het effect van de verschillende mogelijkheden bekeken. Het rapport kan zo een nuttig, gemakkelijk en nauwkeurig hulpmiddel voor de beleidsmakers zijn.

Naast de MAF bestaan er nog andere sociale beschermingsmaatregelen zoals het recent ingevoerde OMNIO statuut. Dit heeft tot een grote administratieve complexiteit geleid. Deze complexiteit alleen al kan voor sommige gezinnen een belemmering vormen voor toegang tot de gezondheidszorg. Vereenvoudiging is zeker aan te raden.

Sociale bescherming heeft ook zijn prijs: al deze maatregelen samen hebben de laatste jaren de kost van deze bescherming doen stijgen met 30%. Het is onmogelijk dit soort maatregel in te voeren of uit te breiden enkel op wetenschappelijke basis, zonder ethische keuzes te maken. Bovendien moet men ook rekening houden met de budgettaire en administratieve beperkingen. Het is aan de beleidsmakers om deze moeilijke evenwichtsoefening te maken.

De volledige tekst van de studie is beschikbaar op de website van het KCE: www.kce.fgov.be (rubriek publicaties) onder de referentie KCE Reports vol.80A.