Metingen van biomarkers voor ziekte van Alzheimer alleen in laboratoria met veel ervaring

Bepalingen van specifieke eiwitten in hersenvocht worden steeds meer gebruikt als hulpmiddel bij het vaststellen van de vroegste stadia van ziekte van Alzheimer. Uit een eerste internationaal vergelijkend onderzoek naar de betrouwbaarheid van deze bepalingen blijkt dat de verschillen in de resultaten tussen de diverse centra groot zijn. In een reactie op deze resultaten pleit het Alzheimercentrum VUmc voor centralisering van deze metingen in laboratoria met grote ervaring. Resultaten van biomarker-bepalingen moeten daarnaast met de nodige voorzichtigheid geÔnterpreteerd worden. Het onderzoek werd uitgevoerd door drs. Niek Verwey van VU medisch centrum en is deze maand gepubliceerd in het blad Annals of Clinical Biochemistry.
De bepaling van biomarkers in hersenvocht wordt op verschillende manieren gebruikt. Ten eerste kan hiermee onderscheid gemaakt worden tussen gezonde personen en mensen met de ziekte van alzheimer, ook al in de vroege stadia van de ziekte van alzheimer. Bij het onderscheiden van verschillende vormen van dementie is de bepaling van biomarkers eveneens behulpzaam. Voor de ontwikkeling van medicijnen en het begrijpen van de ziekte is een vroege en accurate diagnose nodig. De klinische diagnose Ďziekte van Alzheimerí kan op dit moment pas relatief laat worden gesteld. Recentelijk zijn er voorstellen gedaan om bij de officiŽle diagnose ook de bepaling van biomarkers in hersenvocht als aanvullend middel te gebruiken. Betrouwbare en vergelijkbare bepalingen van deze biomarkers zijn daarbij essentieel.

Bij het onderzoek van Verwey waren twintig laboratoria in Europa en de VS betrokken. Alle laboratoria onderzochten hetzelfde monster, zowel in 2004 als in 2008. De verschillen in de gerapporteerde resultaten bedroegen tot 30%. Onderzoekers noemen als mogelijke oorzaak van de grote variatie de verschillen in de behandeling van het monster en Ė waarschijnlijk nog belangrijker - de meetmethode. VU medisch centrum, als leider van het onderzoek, heeft inmiddels het initiatief genomen om door middel van afspraken en training de betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid te vergroten.

Alzheimer
In Nederland is op dit moment bij bijna 200.000 mensen de diagnose dementie gesteld. Daarnaast zijn er vermoedelijk ongeveer 60.000 mensen, die lijden aan dementie, maar bij wie de diagnose nog niet is vastgesteld. Circa 12.000 dementiepatiŽnten zijn jonger dan zestig jaar wanneer de ziekte begint. De Gezondheidsraad schatte een aantal jaren geleden dat het aantal dementerenden in Nederland tot 2050 zal toenemen tot 500.000, hetgeen nu al een te voorzichtige schatting is gebleken. Deze toename wordt met name veroorzaakt door de toenemende vergrijzing.

Wereldwijd wordt geschat dat er 30 miljoen dementerenden zijn, waarvan tweederde in de ontwikkelde wereld. In 2050 zullen er wereldwijd naar verwachting 100 miljoen mensen dementie hebben. Een groot deel van deze groei zal plaatsvinden in sterk groeiende, dichtbevolkte gebieden als China, India en Latijns Amerika.