Drie zwangere vrouwen op vier gescreend op Downsyndroom

Drie zwangere vrouwen op vier worden via een nieuwe serumtest tijdens het eerste trimester gescreend op het syndroom van Down. Op zich is dat al merkwaardig veel. Nog vreemder is dat in de eerste plaats jongere vrouwen getest worden. Terwijl bij hen de kans op Down klein is. Het risico stijgt immers met de leeftijd van de moeder. Nog sterker: bij Waalse min-20-jarigen gebeurt er zelfs meer dan één test per zwangerschap. Een bericht in het medische weekblad de Huisarts.
 < 20 jaar (%)20-24 jaar (%)25-29 jaar (%)30-34 jaar (%)35-39 jaar (%)< 40 jaar (%)Totaal
testen/bevallingen
(%)
Vlaanderen79%)(75%)(83%)(76%)(64%)(47%)48.797/64.127(76%)
Wallonië(115%)(98%)(94%)(86%)(65%)(33%)32.012/37.249(86%)
Brussel(69%)(55%)(63%)(67%)(57%)(39%)8.541/14.116(61%)
Onverdeeld4/224/2878/8790/9136/535/9237/270
Totaal(95%)(80%)(84%)(78%)(63%)(41%)89.587/115.762(77%)
De ziekteverzekering betaalt de serumtest nog niet zo heel lang terug, sinds 1 juni 2006. De gegevens in de tabel zijn de eerste die betrekking hebben op een volledig jaar. De serumtest, een bloedanalyse, werd ingevoerd omdat hiermee al tijdens het eerste trimester van de zwangerschap (tussen de 12de en 14de week) het syndroom van Down kan opgespoord worden. Dat is uiteraard een niet te onderschatten voordeel, een eventuele abortus vroeg in de zwangerschap is makkelijker aanvaardbaar dan tijdens het tweede trimester. Er zijn ook geen risico’s aan verbonden voor moeder en kind, dixit de arts' style='color:#00896e;border-bottom:1px dotted #00896e;'>huisarts.

Maar bij de statistieken over de test afkomstig uit de jongste audit van het riziv zetten experts én administratie zelf levensgrote vraagtekens, stelt de huisarts. Blijkbaar is de nieuwe serumtest al goed ingeburgerd. Bij de budgettering had men gerekend op een uitgave van 147.000 euro. In werkelijkheid draaien de kosten voor het riziv rond het miljoen euro. In totaal (zie tabel) wordt in 77% van de bevallingen een test uitgevoerd, in 2007 precies 89.587 maal op 115.762 bevallingen. Vlaanderen scoort met 76% (48.797 op 64.127) gemiddeld, In Brussel gebeurt de test een stuk minder (61%, 8.541 op 14.116 bevallingen) en in Wallonië heel vaak (86%, 32.012 op 37.249 bevallingen).

De gegevens tonen ook aan dat ten opzichte van het aantal bevallingen het hoogste aantal testen in Vlaanderen gebeurt in de leeftijdscategorie van de 25-29-jarigen. Het laagst ligt het aantal testen er bij vrouwen vanaf 40 jaar. Globaal genomen worden er beduidend meer testen afgenomen in Wallonië. Over de verschillende leeftijdsklassen heen noteert het Riziv een dalende lijn. Behalve bij vrouwen boven veertig gebeuren in alle leeftijdscategorieën in Brussel het minste aantal serumtesten. In het commentaar bij deze statistieken noteert de Riziv-administratie, aldus de Huisarts dat “de kans op een kind met Downsyndroom stijgt met de leeftijd van de moeder. Deze verdeling is dus op zijn minst eigenaardig te noemen.”

“Inderdaad zeer eigenaardig,” beaamt dokter Johan Van Wiemeersch, woordvoerder van de Vlaamse Vereniging van Obstetrie en gynaecologie. Hij wijst erop dat het syndroom van Down op drie manieren kan worden opgespoord. Een eerste methode is een echografie en nekplooimeting. “Dat is algemeen ingeburgerd, mensen vragen er naar. Het gaat hierbij om één van de drie gebruikelijke zwangerschapsecho’s.” Tweede mogelijkheid is dus de test via bloedafname waarover het hier gaat. Een laatste manier is een vruchtwaterpunctie. Van Wiemeersch in de Huisarts: “Zelf voer ik maximaal tien maal per jaar een serumtest uit. Uit de Riziv-statistieken blijkt nu echter dat de jongere collega’s het vrijwel systematisch doen. Voor alle duidelijkheid, de test is een kansberekening via de computer. Het resultaat is niet ja of neen. Wel kan de arts de patiënte meedelen dat ze bijvoorbeeld 1 kans op 1.200 loopt op een baby met Down. Sommige vrouwen vinden dat een hoge kans, anderen helemaal niet. Precies omdat de test soms meer onzekerheid meebrengt dan oplossingen is hij omstreden en in sommige landen zelfs verboden. In Nederland bijvoorbeeld moet je massa’s papier invullen alvorens je hem kan uitvoeren. Uiteraard zijn er de klassieke regionale verschillen,’ vervolgt Van Wiemeersch in de Huisarts. In Wallonië gebeurt de test systematisch bij iedere zwangere en zelf nog meer in de jongere leeftijdscategorieën. Allicht is dat dan psychologisch bedoeld, als geruststelling.

Zeer opmerkelijk is dat bij Waalse vrouwen onder de twintig zelfs meer dan één test per zwangerschap gebeurt (115%). Van Wiemeersch: “Dat kan eigenlijk niet, de test kan enkel gebeuren tussen de 12de en 14de week. De enige mogelijke verklaring is dat de arts de periode van de zwangerschap niet correct heeft ingeschat en de vrouw later laat terugkomen.”

Dat er minder tests gebeuren bij vrouwen boven 35 jaar verklaart dokter Van Wiemeersch door een mogelijk ‘niet willen weten’. “Misschien accepteren ze gewoon om een kind met het Downsyndroom op de wereld zetten. Ook mogelijk is dat ze sowieso altijd een vruchtwaterpunctie laten doen.”
05 dec 2008 20u37
zie ook rubriek